'You have to play to practice' M. Dayme

Vocal diary : blog

24 maart 2013
(Wetenschappelijk?) Onderzoek -1-

De laatste maanden kreeg ik maar liefst 5 maal het verzoek mee te werken aan een onderzoek. Nu help ik de wetenschap en ook mijn collega's en studenten graag op weg in hun pogingen meer over de stem en het muzikant zijn aan de weet te komen. Na het invullen van alle vragenlijsten heb ik dan ook voor dit jaar mijn quotum aan vrijwilligerswerk ruimschoots gehaald!

 

Waar gingen de onderzoeken zoal over?

Het eerste onderzoek was veruit het meest ambitieuze en had ook de lastigste vragenlijst. Het betrof een verzoek van collega's uit Denemarken om 11 korte audiofragmenten te beluisteren van diverse zangers die in verschillende stijlen zingen. Vervolgens was het de bedoeling om voor elk fragment zo nauwkeurig mogelijk aan te geven welke woorden en termen je zou gebruiken om de zang in het fragment te karakteriseren. Tijdens sommige fragmenten was er duidelijk een verandering in de zang waar te nemen en in dat geval moest je op een tijdlijn aangeven waar de verandering plaatsvond en hoe je deze zou omschrijven. Ter geruststelling stond er onder de uitleg: "You can listen to the samples as many times as you like."

 

Maar ook las ik: "It is important that we get your own views on this subject. Please complete the survey without discussing the details or your responses with any of your singing teacher colleagues." Nu is het sowieso af te raden om met collega's over dit onderwerp te spreken, tenzij je de tijd hebt en tevens niet bang bent voor een pittige discussie. Tegenwoordig heeft namelijk iedere zanger en zangdocent, en zeker iedere zichzelf respecterende methode, een eigen manier om de zangstem wat klank en stemgebruik betreft te categoriseren. Een heikel onderwerp dus vooral omdat iedereen zijn benadering het beste vindt. Hierdoor kreeg dit onderzoek, waarschijnlijk onbedoeld, iets van een examen. Maar blijkbaar wel een examen voor 'uitverkorenen' want "By taking a little time to answer it, you will be part of a global survey of the terminology used by vocal teachers at the highest professional level." En dan voel je je ineens heel speciaal. Ik hoop, en niet alleen vanwege het vele werk, dat ik nog eens iets over de resultaten van dit onderzoek lees.

 

En dan waren er de studenten uit Leuven die voor hun master in Logopedische en Audiologische Wetenschappen proberen de verschillende zangtechnieken te classificeren onder één terminologie. In verband hiermee waren de studenten geïnteresseerd in de ideeën die zangers/zangpedagogen zelf over deze technieken hebben. Wat denken zij dat er precies in het spraakkanaal gebeurt tijdens het stemgeven? Om hier achter te komen was het verzoek aan mij om op internet een professioneel uitziende vragenlijst in te vullen. Dit keer was het examengevoel een stuk minder want de studenten kondigden zelf al aan “niet noodzakelijk op zoek te zijn naar wetenschappelijk correcte antwoorden” en ook “geen enkel antwoord is goed of fout”. Dat werkte meteen een stuk relaxter.

 

Na bestudering van de vragenlijst bleken de studenten vooral geïnteresseerd te zijn in de 5 stemfuncties zoals beschreven door C. Sadolin. Dit leidde tot meerkeuzevragen als ‘Wat doen de bekerkraakbeentjes tijdens het curben’ waarbij er o.a. een keuze gemaakt kon worden uit “trommelen symmetrisch op en neer” en “trommelen afwisselend op en neer”. Mijn enthousiasme daalde aanzienlijk vanwege deze onlogische aanpak. Wanneer je namelijk iemand vraagt om een in een boek omschreven stemfunctie te reproduceren, kun je er dan op vertrouwen dat deze persoon op de hoogte is van de omschrijving van deze functie en ook dat het produceren ervan, volgens het boek, correct gebeurt? En is het zo dat deze stemfunctie slechts één (controleerbare) uitvoeringsvorm heeft zonder varianten? Heeft het vervolgens enige zin om deze persoon daarop te vragen aan te geven wat hij zelf denkt dat hij doet, dus om hem een zelfevaluatie te laten doen? Daarnaast is het uiteraard best mogelijk te fantaseren over wat de bekerkraakbeentjes tijdens het curben doen, maar aangezien dit zonder speciale apparatuur niet waarneembaar is schiet je er verder weinig mee op. Dit was dus wat mij betreft een minder geslaagde vragenlijst  en ik haakte dan ook snel af.

 

Verzoek nummer drie kwam van een zangdocente die aan de Academie voor Psychodynamica studeert. Ze is bezig met een onderzoek voor haar scriptie, waarin ze de rol en effectiviteit van therapeutische technieken in de zangles onderzoekt. Dit om de eventuele onderliggende problematiek van de stemontwikkeling aan te kunnen pakken. Op de vragenlijst was weinig aan te merken, helder en duidelijk van opzet. Omdat de lijst gericht was op zangleerlingen bestond mijn taak er ditmaal uit de lijst door te sturen in plaats van deze zelf in te vullen.

 

Het lijkt me overigens een zinnig onderzoek. Ik twijfel er namelijk niet aan dat bepaalde psychische blokkades het vrij kunnen zingen behoorlijk in de weg kunnen staan. Het ligt uiteraard niet binnen de competenties van een zangdocent om hiermee therapeutisch aan de slag te gaan, maar waar ligt de grens? Niet voor niets werd er onlangs op Linkedin-pagina van de NVZ door zangdocenten gediscussieerd over de wenselijkheid om binnen de zangles vooral een psychologische aanpak te hanteren versus een vooral vocaal-technische aanpak. Op het moment dat je zowel psychologisch als muzikaal professioneel geschoold bent, ontstaat er uiteraard een interessant werkveld.

 

De volgende 2 onderzoeken waar ik aan meewerkte gingen over heel andere onderwerpen. Wordt vervolgd!

 

Klik hier wanneer je wilt reageren.


+ + + + + + + + + + + + + + + + + ++

Reacties

25-3-13 Volgens mij een hele interessante ontwikkeling. Ben zelf een hobby-matige zanger en weet zeker dat als je op het psychologische vlak goed zit, het onmiddellijk terug kan vinden in je zang.
Peter Horn