'You have to play to practice' M. Dayme

Vocal diary : blog

6 april 2013
Onderzoek -2- Het vervolg

Ik realiseer me dat ik in de titel van de vorige blog ten onrechte het woord wetenschappelijk gebruikte (weliswaar met een vraagteken). Er was namelijk bij geen enkel van de 5 onderzoeken waaraan ik meewerkte een universitair geschoolde wetenschapper betrokken. Maar interessant waren sommige van de onderzoeken wel!

 

Een masterstudente Jazz & Pop van het Artez Conservatorium zond me bijvoorbeeld een set vragen over welke aspecten er naar mijn idee belangrijk zijn voor het goed laten werken van een klein ensemble (max. 5 musici). In haar onderzoek focust ze zich vooral op de ervaringen van verschillende muzikanten en de toepassing van groepsdynamica en groepsanalyse van bands en ensembles. De eerste vragen gingen over wie het ensemble leidt en hoe dit leiderschap zich manifesteert. En wordt er autoritair of democratisch gewerkt? Leuk om over na te denken. Ik kan me een autoritair geleide kleine band eerlijk gezegd nauwelijks voorstellen. Je speelt toch met elkaar omdat je elkaar muzikaal ziet zitten en daar hoort voor mij dan automatisch bij dat je geïnteresseerd bent in, en respect hebt voor elkaars muzikale opvattingen.

 

Een andere vraag was wanneer een ensemble/band naar mijn mening goed werkt en wat de voorwaarden zijn om er een te starten? Belangrijk is natuurlijk allereerst dat er sprake is van hecht en creatief samenspel waarbij ook ieders individualiteit goed tot zijn recht komt. De voorwaarden voordat je met iemand gaat spelen zijn lastiger te bepalen. Respectvol met elkaar omgaan is wel het minste, maar of dat in orde is merk je natuurlijk pas wanneer je met elkaar werkt. Een beetje communicatief zijn helpt ook, dat je niet eindeloos hoeft te bellen en/of te mailen om iemand te bereiken. En een van de dingen die ik zeker verwacht is dat een medemusicus niet buitensporig veel ‘overhead’ creëert. Onder ‘overhead’ valt alles wat het spelen, repeteren en reizen onnodig onaangenaam maakt. Ook bij dit onderzoek ben ik benieuwd wat eruit komt, over de groepsdynamica binnen een band valt natuurlijk heel wat te melden!

 

Het leukste onderzoek waaraan ik meewerkte ging wel over zang, maar werd niet door een zanger of logopedist uitgevoerd. Het betrof een tamelijk curieus, maar vooral ook bijzonder onderzoeksproject van audiovisueel kunstenaar Christine Maas. Ze maakt films waarbij ze de ruimtelijkheid en perceptie van muziek onderzoekt. Zo maakte ze o.a. een korte film, The Jordan River Singers, waarbij ze onderzoekt hoe zang en beweging samen kunnen komen. Vier mannen zingen al rennend een gospel en de camera reist met hen mee. Als je het zo op papier leest klinkt het misschien wat vergezocht, maar als je het 2 minuten durend filmpje bekijkt ervaar je dat de ongewone situatie waarin de zang wordt uitgevoerd een bijzondere uitwerking heeft. Niet alleen op de serieus zingende, maar rennende zangers, maar ook op de luisteraar. Er ontstaat als het ware een extra laag in de uitvoering.

 

Voor een andere korte film (Oktoich) monteerde Christine een camera op een speelgoedtrein. Deze reist vervolgens op mondhoogte langs en tussen de leden van een klassiek zingend kamerkoor door. Ook daar ontstaat een bijzonder spel tussen het uitgevoerde muziekstuk, de filmbeelden en de veranderende akoestiek.

Als research voor haar volgende project waarbij ze weer met een koor gaat werken, werd ik door Christine geïnterviewd. Onderwerp was wat er met de zang/muziek gebeurt als deze in uitgeputte toestand wordt uitgevoerd. Geen alledaagse vraag. Maar dat is nu precies wat onderzoek zo leuk maakt, zeker wanneer het over creatieve onderwerpen gaat: Als de vragen niet gesteld worden, hoe lastig ook, zullen we het meestal ook zonder de antwoorden moeten stellen. Jammer, zeker wanneer de antwoorden, zoals in het laatste geval, een interessant project opleveren!

 

Klik hier wanneer je wilt reageren.